DMM header vallei tekst

Hoop houden


4 mei 2020


Hoop houden

In de proloog bij zijn roman De poorten van het woud, die speelt in de tijd dat het virus van het nazisme over de hele wereld woekerde, vertelt Elie Wiesel een chassidisch verhaal. Het gaat over het scheppen van hoop, over liefdevolle toewijding in het reiken naar dat waar je naar verlangt. Het maakt ons ook duidelijk hoe belangrijk het is om het verhaal in je eigen woorden te vertellen.

Dit is het verhaal:
Wanneer de grote rabbi, de Baal Sjem-Tov, merkte dat het ongeluk een net weefde over zijn volk, was het zijn gewoonte op een bepaalde plaats in het woud te gaan mediteren; daar ontstak hij dan een vuur, reciteerde een bepaald gebed en het wonder voltrok zich; het onheil werd afgewenteld.

Later, toen zijn leerling, de beroemde Maggid van Mezritz, de tussenkomst van de hemel om dezelfde redenen behoefde, begaf ook hij zich naar die plaats in het woud en sprak: Heer van het heelal, hoor mij aan. Ik weet niet hoe ik een vuur moet ontsteken, maar ik kan wel het gebed opzeggen. En het wonder voltrok zich.

Nog later begaf ook rabbi Mosje-Leib van Sassov zich naar het woud om zijn volk te redden en sprak: Ik weet niet hoe ik een vuur moet ontsteken, ik ken het gebed niet, maar ik weet de plaats en dat moet voldoende zijn. En dat was voldoende: ook hier voltrok zich het wonder.

Daarna was het de beurt van rabbi Israël van Rizin om het onheil dat dreigde af te wenden. In zijn stoel gezeten vouwde hij zijn handen voor zijn gezicht en sprak tot God: Ik kan geen vuur ontsteken, ik ken het gebed niet en ik kan zelfs de plaats in het woud niet vinden. Al wat ik kan doen is u dit verhaal vertellen. Dat moet voldoende zijn. En het was voldoende.

Petra ter Berg